Stratificatie
Therapie op maat
Dankzij de ontwikkeling van steeds betere laboratoriumdiagnostiek en nieuwe DNA-technieken kunnen persoonlijke en genetische factoren in kaart worden gebracht. Hiermee kan het effect van een therapie bij een individuele patiënt worden voorspeld. De inzet van moleculaire diagnostiek leidt tot gepersonaliseerde medicatie en therapie: de juist behandeling, voor de juiste patiënt, op het juiste moment.
Hieronder voorbeelden van meerwaarde van laboratoriumtesten bij stratificatie:
Kanker
-
Longkanker
ALK mutatietest
In slechts drie tot vijf procent van alle gevallen van longkanker is er sprake van een ALK-genmutatie. Voor de behandeling van deze kleine subgroep is een doelgericht en effectief geneesmiddel ontwikkeld: crizotinib, een ALK-receptor-tyrosinekinase-remmer. Met behulp van de ALK-mutatietest kunnen patiënten worden geselecteerd die baat hebben bij deze dure behandeling.
De ALK-mutatietest detecteert herschikkingen in het ALK-gen op basis van fluorescentie in-situ hybridisatie (FISH). De test wordt uitgevoerd in geprepareerd tumorweefsel. De ALK-mutatietest behoort tot de zogeheten companion diagnostics, een combinatie van voorspellende test en medicatie.
EGFR mutatietest
Voor patiënten bij wie een EGFR-mutatie is vastgesteld, zijn er specifieke behandelingen mogelijk met tyrosinekinase inhibitors ofwel TKIs, bijvoorbeeld erlotinib, gefitinib en afatinib. Met de EGFR-mutatietest kunnen de patiënten worden geselecteerd die baat hebben bij deze dure behandeling. De mutatie kan worden aangetoond met DNA-analyse van bloedplasma met behulp van PCR. De EGFR-mutatietest behoort tot de zogeheten companion diagnostics, een combinatie van voorspellende test en medicatie.
-
Melanoom
BRAF mutatietest
De BRAF-mutatietest detecteert V600E-, V600K- en V600D-mutaties. De moleculaire test is gebaseerd op DNA-analyse met behulp van de PCR-technologie en wordt uitgevoerd in geprepareerd tumorweefsel. De test behoort tot de zogeheten companion diagnostics, een combinatie van een voorspellende test en medicatie. Op basis van de BRAF-mutatietesten vindt selectie plaats voor behandeling met BRAF-remmers.
-
Ziekte van Kahler
M-proteïne test
Bij de ziekte van Kahler ontstaat een overmaat (een kloon) van maar één soort plasmacellen, waardoor ook een overmaat ontstaat van één soort eiwitten. Dit wordt een monoklonaal eiwit ofwel M-proteïne genoemd. Het vinden van een monoklonaal eiwit in het bloed is vaak een eerste stap in de diagnose van multipel myeloom. De gangbare techniek voor een M-proteïne meting in bloed is elektroforese. In combinatie met de bepaling van de vrije lichte ketens in bloed geeft dit een gevoeligheid voor de ziekte van meer dan 99%. Soms is urineonderzoek nodig om in urine vrije lichte ketens, de zogeheten Bence-Jones-eiwitten, op te sporen.
Een opkomende nieuwe techniek voor bloedonderzoek is massaspectrometrie (MS), waarmee veel gevoeliger en specifieker kan worden getest op monoklonale eiwitten. Een eenvoudige bloedafname is voldoende om sporen van het M-proteïne te detecteren en daarmee ziekteactiviteit nauwkeurig te volgen. Dat maakt deze test, behalve voor diagnose, ook geschikt voor prognose, stratificatie en monitoring. Hierdoor is een pijnlijke beenmergpunctie minder vaak nodig.